J C T V: 7X595//wooncultuur in Nederland//the culture of dwelling (in the Netherlands)  HOME

 

 

 

Wonen & gewoonte:
Wonen is plaatsen en opnieuw plaatsen en herinneren waar iets is. Wonen is organiseren ter gebruik, en gebruik ter organisatie en behoud. In het organiseren worden dingen tot leven geroepen. Een leven dat wordt bemiddeld door de bruikende mens. Wonen is een continue verplaatsen van dingen, beesten en mensen ten bate van gebruik en onderhoud. Ga bij jezelf eens langs. Ik kom binnen, trek mijn schoenen uit en plaats ze in een rekje, ga naar de keuken, trek de ijskast open haal daar het een en ander uit, plaats het op het aanrecht, gooi de verpakking weg in één vuilnisemmer, de bananenschil in een andere, eet hetgeen op dat ik wilde eten, ga naar de wwc, dat hoef ik verder niet te beschrijven. Maar ik heb hiermee mijn betoog wel rond. Ik kan doorgaan. Wonen behoort tot de technieken van de zelf. Het is een oefenen en uitvoeren van leven. Leven is organiseren en gebruiken. Gebruik behoeft verpaatsing, voortdurende stofwisseling. Tijdsparende woontechnieken, zoals het adequaat gebruik van wasmachines, droogmachines, afwasmachines hebben het leven niet beter of slechter gemaakt maar de voorwaarden veranderd waarop een goed leven mogelijk wordt. Het goed dat deze machines in zich zouden hebben wordt veelal weer teniet gedaan omdat ze er slechts zijn om tijd te verslinden. Het zijn tijdverslindende machines. Neem bijvoorbeeld de assemblage televisie/afwasmachine, die, vooral als hij gebuikt wordt om tijd t sparen en de tijd te doden, een ondragelijk paradox in zich draagt, het zelfreflecterende moment van de afwas ontneemt en er niets voor teruggeeft behalve het grotendeels vergeetbare. Dat klinkt als kritiek op machines maar is dat niet. Ook de televisie maakt het leven niet beter of slechter per se, maar veranderd wederom de voorwaarden waarop een leven mogelijk is. In zijn boek Het leven, een gebruiksaanwijzing, beschrijft Georges Perec het leven van Bartlebooth, een man die rijk is en het zinloze nastreeft. Zijn technieken zijn er op toegespitst. Hij ontwikkelt een leven dat uit moet monden in een zo zuiver mogelijke zinloosheid. Maar het lukt hem niet. Het blijkt dat zelfs zijn leven ontglipt aan de zinloosheid, zijn zinlose doen blijkt opeens zin te hebben, zin te krijgen. De zin stapelt zich op! Want op het moment dat hem zijn zinloosheid ontnomen dreigt te worden komt hij in opstand om de zinloosheid van zijn doel te waarborgen, zijn leven krijgt een doel er bij! En niet alleen als emblematisch verhaal dat ons nu dient. De zinloosheid, in de zin van het zonder betekenis of doel verkeren, is onmogelijk te bereiken. Het hangt als een nirwana aan het droogrek van onze fantasie, maar het niets is iets zodra het benoemd wordt en ontkent zichzelf. Zo ook met de zinloosheid. Zoals Theo Maassen het zo prachtig verwoorde, en dit is een extreem voorbeeld, hoe kan zinloos geweld zinloos zijn als je je erna zo lekker door voelt? Dat is de gehele waarheid over geweld. Het is een esthetisch en lichamelijk genot en zo lang het dat is zal het nooit verdwijnen uit de cultuur van de mens. De jacht, het aanzicht van het lijden, het gevoel van macht over de ander, het zijn aspecten van ons esthetisch bestaan die nog niet zijn weggeselecteerd. Zo is het ook met wonen. Er is geen juiste manier van wonen, er is slechts een manier die werkt in een bepaalde situatie. En, vreemd genoeg, zonder sentimenteel te doen, zijn er vele manieren die werken. Elke woonsituatie heeft het potentieel in zich een goed leven te verzorgen. Sommige levenssituaties eisen daar echter een bovenmenselijk vermogen voor terug. Ik beneid die mensen niet. Anderen zijn zo verdacht makkelijk dat juist het gemak moeizaam wordt. Hun beneid ik ook niet. Hoe het ook zei, de architect kan op iedere situatie inspelen door het huis als een oefenen van het zelf op te vatten. Door de gebruiker van zijn gebruik te doen genieten. Paul Oliver heeft het wonen over de gehele wereld in kaart gebracht. Hij beschrijft daarbij hoe de vorm en het gebruik een wederkerige werking hebben, hoe plaatselijke materialen en technieken vorm geven aan een huis die door maatschappelijke normen ook een structuur is opgelegd en hoe die twee elkaar wederzijds structureren. Hij beschrijft ook hoe gebruiken en praktische aspecten van het wonen deterritorialiseren als gebruik en reterritorialiseren als gewoonte als ritueel. De gewoonte, of in het Duits, Gewohnte of Brauch, in het Frans, Habitude, of in het Engels, Habit, hebben allemaal met het wonen een relatie. Maar een gewoonte heeft zijn gebruik (een synoniem voor gewoonte) doen transformeren. Een gewoonte heeft het kritisch element doen zwijgen in de traditie, de routine, de eeuwige herhaling. Om een gebruiker van het gebruik te doen genieten, moet het gebruik niet tot een zwijgen zijn getransformeerd. Een architect kan het wonen avontuurlijk maken. Maar zelfs het wildste avontuur is onderhevig aan de mogelijkheid van gewenning. Gewenning zit in de mens. De beste woners hebben dit door en weten het schenken van de theepot, de val van het licht, het zicht op de straat blijvend te waarderen en zullen dan ook de machines kritisch gaan benaderen. Het is mogelijk plezier te vinden in het legen van de afwas machine. Maar een architect die het wonen zelf goed geoefend heeft, en zijn cliënten serieus neemt, weet het wonen een duurzaam en langdurig genieten te maken mitst de gebruiker zelf ook kan wonen. Jacob Voorthuis, De Genereuze Stad, 2007

 

Module omschrijving College No. 1 College No. 2 College No. 3 College No. 4
Geselecteerde blibliografie College No. 5 College No. 6 College No. 7 College No. 8
   
 

copyright © jacob voorthuis 1994-2009

All written and photographic material on this page is copyrighted.  Please cite Jacob Voorthuis as the author and Voorthuis.net as the publisher. Should you wish to use a photograph feel free to send me an email and I can send you a picture of larger size.