Architectuur- en stedenbouwtheorie 2
Denken over doen: theorie als praktijk van het mogelijke
· Docent: Jacob Voorthuis
· Eerste kwartaal 2007/2008 (7 bijeenkomsten)
· Vrijdag: 09.00-10.45 uur
· Studielast: 2 studiepunten (56 uur, waarvan 14 tijdens de colleges en 42 voor de afronding)
· Bijzonderheden: werkcollege
Doelstelling
Deze introductie in de architectuur- en stedenbouwtheorie is bedoeld als een kennismaking met het theoretische veld, het vertrouwd raken met het lezen van architectuurtheoretische teksten en het kennisnemen van de meest gangbare bloemlezingen (Hays, Heynen, Nesbitt, Leach en Ockmann). De reeks is daarmee een eerste verkenningstocht door de overvloed aan beschikbaar architectuur- en stedenbouwtheoretisch materiaal (geschreven door ontwerpers, beroepstheoretici, filosofen et cetera), waarin vanuit de theorie op de praktijk wordt gereflecteerd, en een eerste poging voor de studenten zich tot dat theoretische corpus te verhouden. Net als bij de geschiedeniscolleges op dit niveau wordt er voor een interdisciplinaire benadering gekozen.
Nadere invulling van de inhoud
Het denken over architectuur en de stad in hun relatie tot de maatschappelijke opdracht van de ontwerper heeft in de afgelopen eeuw een weelde aan mogelijke, en elkaar nuancerende perspectieven en benaderingen opgeleverd. Een deel daarvan verdient nog altijd nauwkeurige studie; niet zozeer omdat dergelijke teksten een voor altijd geldende waarheid zouden verkondigen, maar omdat ze interessante vragen stellen, boeiende visies ontwikkelen en met verassende antwoorden komen die ook binnen de huidige context waarin de stedenbouwer en architect te werk gaat gebruikt kunnen worden ter reflectie over de architectonische opdracht. De uitkomst van die reflectie staat nooit vast. Bovendien geeft een historisch gerangschikt overzicht van de discussie over de architectuur en de stad een zeker houvast bij het aanschouwen van de wereld zoals hij zich nu aan ons presenteert. Deze reeks werkcolleges heeft als doel de student met dit denken te confronteren en zo een aanzet te geven tot de ontwikkeling van een eigen kritische blik.
Het programma
Iedere week staat een tekst centraal. Alle studenten worden geacht iedere teksten te lezen voor iedere bijeenkomst. Een groep studenten bereidt een presentatie voor waarin die tekst gerelateerd wordt aan een concreet geval, d.w.z. een voorbeeld uit de architectuur of de stedenbouw. De andere groepen bereiden een vraag voor die ter discussie gesteld kan worden na de presentatie.
Spelregels
Deze module is intensief; er wordt een hoge mate van engagement verwacht. We gaan als volgt te werk:
1. We verdelen ons in groepen van 3-5 studenten.
2. Iedere groep kiest een tekst en een voorbeeld in de architectuur of stedenbouw.
3. Vervolgens gaat de groep de werkzaamheden onderling verdelen. (Iedereen leest echter alle teksten)
4. Per bijeenkomst wordt er door 1 groep gepresenteerd door middel van een powerpoint. Een presentatie duur 45 minuten met 15 minuten voor discussie en (mondelinge) feedback van de docent.
5. De groepen die niet presenteren hebben de verantwoordelijkheid om een vraag of stelling te formuleren over het gepresenteerde waarover gediscussieerd kan worden.
Aangezien de module erg kort is (7 bijeenkomsten) wordt afwezigheid slechts één maal getolereerd. Is de aangewezen student op de dag niet in staat een presentatie te geven dan wordt dat gezien als afwezigheid. 2 maal afwezig voor welke reden dan ook lijdt onherroepelijk tot uitsluiting van beoordeling.
Planning + inhoud per college
De onderwerpen staan niet vast. Als een groep studenten een duidelijke voorkeur heeft voor een specifieke tekst van een andere auteur dan kan dit, met argumenten omkleed, worden besproken met de docent.
|
# |
Datum |
Programma |
Onderwerp presentatie |
|
1 |
College 1: vrijdag 14 september; |
Introductie |
De theorie als praktijk van het mogelijke, een introductie |
|
2 |
College 2: vrijdag 21 september; |
Groep 1 |
Loos (Voor het geval dat er minder groepen zijn zal deze sessie worden ingevuld met een lezing van de docent) |
|
3 |
College 3: vrijdag 28 september; |
Groep 2 |
Le Corbusier |
|
4 |
College 4: vrijdag 5 oktober; |
Groep 3 |
Kahn |
|
5 |
College 5: woensdag 10 oktober; |
Groep 4 |
Van Eyck |
|
6 |
College 6: vrijdag 12 oktober; |
Groep 5 |
The Smithsons |
|
7 |
College 7: vrijdag 19 oktober. |
Groep 6 |
Zumthor |
Opgave afronding
Het cijfer bestaat uit twee delen.
De inleverdatum voor het gezamenlijk werkstuk is 28 oktober 2007.
Beoordelingscriteria
Het werkstuk wordt beoordeeld op basis van de volgende criteria:
- volledigheid: Is de opdracht geheel uitgevoerd?
- Inzet: Is er met enthousiasme en zorgvuldigheid aan gewerkt?
- Inzicht: Is de student in staat een eigen mening te vormen of houding te formuleren door een gegeven te analyseren op basis van kritische beschrijvingen en vergelijkingen vanuit een specifieke probleemstelling?
- Navolgbaarheid: Zijn er voldoende bronnen geraadpleegd en zijn deze duidelijk volgens internationale regels gedocumenteerd?
- Samenwerking (voeg bij het gezamenlijk werkstuk een korte reflectie op de samenwerking): Zijn er knelpunten geweest? Zo ja, welke? Hoe hebben jullie eventuele problemen met meelifters opgelost? Is naar jullie oordeel iemand die een afwijkend punt (hoger dan wel lager) verdient?
Digitale Reader:
ARCHITECTUUR & STEDENBOUWTHEORIE 2
Teksten: (digitale reader uitsluitend bestemd voor studenten die aan deze cursus deelnemen)
Uit: Hilde Heynen et.al., Dat is Architectuur, 2001
Adolf Loos, Architectuur, 1910.pdf
Adolf Loos, Ornament en Misdaad, 1910.pdf
Le Corbusier, Naar een Architectuur, 1923.pdf
Louis Kahn, Speech Otterlo, 1959.pdf
Aldo Van Eyck, Stellingen tegen het Rationalisme 1947.pdf
Aldo van Eyck, De Milde Raderen van de Reciprociteit 1960.pdf
Alisons and Peter Smithson, Menselijke Associaties, 1953.pdf
Eindkwalificaties van de opleiding tot architect die in deze reeks (deels) aan de orde komen
9b. Past bij het maken van architectonische concepten, ontwerpen en projecten passende kennis van de geschiedenis en de theorie van de architectuur en aanverwante kunstvormen, technologische vakken en menswetenschappen (a*) toe en verantwoordt deze kennis en inzichten.
9f. Past bij het maken van architectonische concepten, ontwerpen en projecten passende kennis van stedenbouwkunde, planologie en daarbij gebruikte technieken (f*) toe en verantwoordt deze kennis en inzichten.
9i. Past bij het maken van architectonische concepten, ontwerpen en projecten inzicht in het architectenberoep en de rol van de architect in de maatschappij, in het bijzonder bij het maken van projecten waarin rekening wordt gehouden met sociale factoren (i*) toe en verantwoordt deze kennis en inzichten.
5. Formuleert beargumenteerde vakinhoudelijke oordelen en houdt daarbij rekening met maatschappelijke en ethische verantwoordelijkheden die zijn verbonden aan het toepassen van de eigen kennis.
8. Hanteert relevante methoden van onderzoek bij het maken van architectonische projecten en integreert de resultaten hiervan in (innovatieve) oplossingsvarianten voor architectonische concepten en ontwerpen (h*)
10. Maakt op adequate wijze een ontwerp én plan in beeld, geschrift en woord voor anderen inzichtelijk en reflecteert hier kritisch op (b*)
Eindkwalificaties van de opleiding tot stedenbouwkundige die in deze reeks (deels) aan de orde komen
10a. Past bij het maken van stedenbouwkundige concepten, ontwerpen en projecten passende kennis van de geschiedenis en de theorie van de stedenbouw en van de relatie met andere bij de ruimtelijke ordening betrokken disciplines (a*) toe en verantwoordt deze kennis en inzichten.
10c. Past bij het maken van stedenbouwkundige concepten, ontwerpen en projecten passende kennis van de inhoud van en vaardigheid met andere bij de ruimtelijke vormgeving betrokken disciplines, te weten de architectuur en tuin- en landschapsarchitectuur (f*) toe en verantwoordt deze kennis en inzichten.
10i. Past bij het maken van stedenbouwkundige concepten, ontwerpen en projecten inzicht in het beroep van stedenbouwkundige en de rol van de stedenbouwkundige in de maatschappij (k*) toe en verantwoordt deze kennis en inzichten.
6. Formuleert beargumenteerde vakinhoudelijke oordelen en houdt daarbij rekening met maatschappelijke en ethische verantwoordelijkheden die zijn verbonden aan het toepassen van de eigen kennis.
9. Hanteert relevante methoden van analyse, onderzoek en ontwerp bij het maken van stedenbouwkundige projecten en integreert de resultaten hiervan in (innovatieve) oplossingsvarianten voor stedenbouwkundige concepten en ontwerpen. (d*)
12. Maakt op adequate wijze een ontwerp én plan in beeld, geschrift en woord voor anderen inzichtelijk en reflecteert hier kritisch op. (c*)
Na afloop heeft of kan de student (leerdoelen):
- de inhoud van theoretische teksten samen te vatten en te omschrijven
- de kritische termen te definiëren en toe te passen bij de ontwikkeling van een eigen houding ten aanzien van de ontwerpopdracht
- de teksten in een historische context weten te plaatsen en te reflecteren over hun onderlinge relatie of samenhang
- probleemstellingen te ontwerpen ten aanzien van de gelezen teksten
- de inhoud van de teksten weten te mobiliseren ten aanzien van de ontwikkeling van een eigen ontwerphouding