Architectonics

 

·         Docent: Jacob Voorthuis

·         Tweede kwartaal 2007/2008 (7 bijeenkomsten)

·         Vrijdag: 9.00-10.45 uur

·         Studielast: 1 studiepunten (28 uur, waarvan 14 tijdens de colleges en 14 voor de afronding)

·         Bijzonderheden: dit college kan verzwaard afgerond worden

·         Voertaal: Engels.

 

Doelstelling

Dit collegeonderdeel is georganiseerd om meer aandacht te besteden aan kennis die in het vakgebied zelf is ontwikkeld. Techniek en technische innovaties zijn een wezenlijk en bijna vanzelfsprekend onderdeel van de vakuitoefening en daarom staat het centraal in dit college. De bedoeling is om te proberen de relatie tussen theorie en praktijk te onderzoeken, studenten bewust te maken dat (theoretische) kennisontwikkeling ook binnen hun eigen vak plaatsvindt en dat daar direct in hun ontwerppraktijk van kan worden geprofiteerd en dat de geschiedenis (van hun vak) anders benaderd kan worden dan louter als een ‘theoretisch’ verhaal.

 

Nadere invulling van de inhoud

Ruimte is er niet, je moet het maken. Daar heb je strategieën en technieken voor nodig. De ruimte als architectonisch concept bestaat in expliciete zin pas een ruime honderd jaar. De technieken om ruimte te definiëren, af te scheiden, verhoudingen duidelijk te maken, richtingen te suggereren en de relatie tussen binnen en buiten te bepalen zijn zo oud als de

mens. Toch is er juist in de laatste tweehonderd jaar iets bijzonders gebeurd. De techniek van het construeren heeft zichzelf op nieuw uitgevonden; nieuwe methoden, nieuwe materialen, nieuwe houdingen ten aanzien van de maatschappij hebben een architectuur opgeleverd waarin de tektoniek een centrale, maar vooral ook een bijzonder benadrukte rol is gaan spelen. In deze module gaan we met het inmiddels klassiek geworden boek: Kenneth Frampton’s Studies in Tectonic Culture (MIT, 2001), kijken naar de relatie tussen ruimte en tektoniek. Beginnend met een aantal architectonische werken uit de zeventiende en achttiende eeuw waardoor de nadruk van de ordening van de gevel werd verplaatst naar de problematiek van de constructie zelf, zullen we via een overzicht van de twintigste-eeuwse bouwwerken eindigen bij recente gebouwen waar de constructie een bijzondere plaats inneemt.

 

Planning & inhoud per college

 

Deze module is intensief, er wordt een hoge mate van engagement verwacht. We gaan als volgt te werk:

 

1.       We verdelen ons in groepen van 3-5 studenten.

  1. Iedere groep kiest 1 hoofdstuk van Frampton en 1 tekst uit de digitale reader voor een confrontatie. (1e bijeenkomst na introductielezing) Hoe je de werkzaamheden verdeeld is aan de groep)
  2. per bijeenkomst wordt er door 1 groep gepresenteerd door middel van een powerpoint, waarna er een discussie wordt gevoerd.
  3. Het werkstuk is een uitgewerkte versie van de presentatie en vormt een boekwerkje
  4. Wat er moet worden besproken per bijeenkomst wordt gespecificeerd in het programma (zie hieronder) Dit is accumulatief, dus de latere presentaties bespreken meer elementen dan de vroegere presentaties. Terwijl de vroegere presentaties dieper ingaan op hun gegeven opdrachten.
  5. De groepen die niet presenteren hebben de verantwoordelijkheid om een vraag of stelling te formuleren over het gepresenteerde waarover gediscussieerd kan worden.

 

 

Programma

 

#

 

Programma

Opdracht per week

1

02.11

Introductie:

 Keuze Hoofsdstukken (zorg ook voor alternatieven)

2

09.11

Presentatie 1

Samenvatting en commentaar 1e hoofdstuk Frampton

3

16.11

Presentatie 2

Samenvatting en commentaar 2e tekst (artikel)

4

23.11

Presentatie 3

Uitdieping van 1 voorbeeld ter vergelijking met de teksten

5

30.11

Presentatie 4

Kritische reflectie en vergelijking van hoofdstukken

6

01.12

Presentatie 5

 

7

08.12

Presentatie 6

 

 

Aangezien de module erg kort is (7 bijeenkomsten) wordt afwezigheid slechts één maal getolereerd. Is de aangewezen student op de dag niet in staat een presentatie te geven dan wordt dat gezien als afwezigheid. 2 maal afwezig voor welke reden dan ook lijdt onherroepelijk tot uitsluiting van beoordeling en zal betekenen dat de student de werkgroep volgend jaar weer moet volgen.

 

Opgave afronding

Het cijfer bestaat uit twee delen.

  1. De presentatie. Er wordt een volle, professioneel vormgegeven en duidelijk gestructureerde presentatie verwacht van 45 minuten waarin de tekst uitgelegd wordt aan de hand van:
    1. een kritische samenvatting met de strekking van het verhaal
    2. de belangrijkste concepten die er in voorkomen
    3. de tekst in de context van de besproken personen
    4. de tekst in context van de tijd waarin het werd geschreven.
    5. een bespreking van de teksten in relatie tot een concreet voorbeeld, een gebouw
    6. een kritische reflectie naar de relevantie van de tekst ten aanzien van jullie eigen beleving ervan. ….
  2. Het boekwerkje. Op de presentatie zal inhoudelijk worden gereageerd door de docent. Met verwerking van deze kritiek wordt de presentatie omgebouwd tot een helder gestructureerd en goed gepresenteerd A5 boekwerkje. Na het inleveren van dat boekwerk zal het cijfer worden doorgegeven aan het secretariaat.

 

De inleverdatum voor het gezamenlijk werkstuk is 15 december 2007.

 

Opgave verzwaarde afronding

De verzwaarde afronding bestaat er uit, dat je twee voorbeelden bespreekt en een derde tekst (ofwel een hoofdstuk uit Frampton ofwel een tekst van de digitale reader) in de beschouwing betrekt.

 

Leerdoelen

Na afloop van de module is de student in staat:

-          verschillende constructiesystemen omschrijven en binnen een historische ontwikkeling plaatsen

-          reflecteren over de innige relatie tussen ruimte en de techniek waarmee die tot stand is gebracht

-          De consequenties van deze relatie te omschrijven en heeft hij/zij een vocabulaire ontwikkeld om de consequenties van die relatie ook te benoemen

-          De techniek en logica in te zetten ter reflectie over een eigen positie ten aanzien van het materiaal

-          kennis van techniek ook vanuit reflectief perspectief gebruiken om inzicht in het eigen werk en de eigen positie te verdiepen

 

 

Beoordelingscriteria

Het werkstuk wordt beoordeeld op basis van de volgende criteria:

-          volledigheid: Is de opdracht geheel uitgevoerd?

-          Inzet: Is er met enthousiasme en zorgvuldigheid aan gewerkt?

-          Inzicht: Is de student in staat een eigen mening te vormen of houding te formuleren door een gegeven te analyseren op basis van kritische beschrijvingen en vergelijkingen vanuit een specifieke probleemstelling?

-          Navolgbaarheid: Zijn er voldoende bronnen geraadpleegd en zijn deze duidelijk volgens internationale regels gedocumenteerd?

-          Samenwerking (voeg bij het gezamenlijk werkstuk een korte reflectie op de samenwerking): Zijn er knelpunten geweest? Zo ja, welke? Hoe hebben jullie eventuele problemen met meelifters opgelost? Is naar jullie oordeel iemand die een afwijkend punt (hoger dan wel lager) verdient?

 

 

Eindkwalificaties van de opleiding tot architect die in deze reeks (deels) aan de orde komen

1.    Vervaardigt (vernieuwende) architectonische concepten en ontwerpen die aan maatschappelijke, esthetische, technische, financiële, functionele en juridische eisen voldoen.

5.    Formuleert beargumenteerde vakinhoudelijke oordelen en houdt daarbij rekening met maatschappelijke en ethische verantwoordelijkheden die zijn verbonden aan het toepassen van de eigen kennis.

6.    Werkt en studeert zelfstandig en autonoom in de beroepspraktijk en de studie, reflecteert op eigen gedrag (reflection in action) en is in staat hierin vernieuwing aan te brengen.

9b.   Past bij het maken van architectonische concepten, ontwerpen en projecten passende kennis van de geschiedenis en de theorie van de architectuur en aanverwante kunstvormen, technologische vakken en menswetenschappen toe en verantwoordt deze kennis en inzichten.

9d.   Past bij het maken van architectonische concepten, ontwerpen en projecten passende kennis van de natuurkundige en technologische vraagstukken die samenhangen met de functie van een bouwwerk met het oog op het verschaffen van comfort en bescherming tegen weersomstandigheden toe en verantwoordt deze kennis en inzichten.

9h.   Past bij het maken van architectonische concepten, ontwerpen en projecten inzicht in de problemen op het gebied van het constructief ontwerp, de constructie en de civiele bouwkunde in verband met het ontwerpen van gebouwen toe en verantwoordt deze kennis en inzichten.

10.   Maakt op adequate wijze een ontwerp én plan in beeld, geschrift en woord voor anderen inzichtelijk en reflecteert hier kritisch op. (b*)

11.   Reflecteert op de eigen architectonische productie en positioneert zich op basis daarvan actief in de beroepspraktijk.

 

Eindkwalificaties van de opleiding tot stedenbouwkundige die in deze reeks (deels) aan de orde komen

6.    Formuleert beargumenteerde vakinhoudelijke oordelen en houdt daarbij rekening met maatschappelijke en ethische verantwoordelijkheden die zijn verbonden aan het toepassen van de eigen kennis.

10c. Past bij het maken van stedenbouwkundige concepten, ontwerpen en projecten passende kennis van de inhoud van en vaardigheid met andere bij de ruimtelijke vormgeving betrokken disciplines, te weten de architectuur en tuin- en landschapsarchitectuur toe en verantwoordt deze kennis en inzichten.