A v B  Groningen,

 

a r c h i t e c t u u r g e s c h i e d e n i s:

e e n o n t o l o g i e v a n h e t g e b r u i k

 

J a c o b V o o r t h u i s

 

Voor de architect en stedenbouwer moet de collectieve ervaring van het ontwerpen en bouwen in de vorm van een geschiedenis bruikbaar gemaakt worden, oftewel “gemobiliseerd”. Er is geen eenduidige manier waarop dat moet gebeuren: de wereld wordt immers steeds opnieuw bedacht, vaak met woorden die op het moment van de gedachte zelf alweer aan fluisterende veranderingen van hun betekenis onderhevig zijn. Zo is de geschiedenis een labyrintisch en dynamisch archief van onze collectieve bouwervaring. De instrumenten van de interpretatie worden telkens weer aangepast, soms verfijnd, soms bot en grof gemaakt. Alles krijgt daardoor een creatieve mogelijkheid. Om de enorme hoop aan geschiedenis bruikbaar te maken moet men het dwalen en het wroeten heerlijk vinden, dan ontstaan er interessante vragen: Wat vond men belangrijk, waarom?  Wat vindt men nu belangrijk, en waarom?  Wat vindt men nu nog relevant, en waarom? En wat voor consequenties heeft dat dan ten aanzien van onze eigen ontwerphouding?

 

Dit college bouwt voort op een eigen historisch-filosofisch onderzoek naar de rol van het gebruik in de architectuur. Kort gezegd is de ontologie een discipline die het bestaan van iets ter discussie stelt door het te beschrijven als onderdeel van onze wereld. De bedoeling is te komen tot een beschrijving van de plaats dat het gebruik inneemt in de arena van ons handelen en denken en om deze beschrijving vervolgens te mobiliseren ten aanzien van een bruikbare ontwerphouding.

 

Door specifieke begrippen en concepten te onderzoeken die een belangrijke rol hebben gespeeld in de architectuurkritiek kunnen we diverse thema’s in de architectuurgeschiedenis van met name de laatste twee eeuwen met elkaar confronteren en zo hopelijk tot verassende inzichten komen ten aanzien van ons vak.

 

Deze reeks van 7 colleges over de geschiedenis van de architectuur en stedenbouw heeft het bedenken van de wereld tot doel: het denken over de bruikbaarheid van ervaringen, ervaringen van gebruik en de maakbaarheid van betekenis. We gaan kijken naar de geschiedenis vanuit het perspectief van bepaalde woorden die belangrijk zijn geweest in de architectuur; woorden waarmee architectuur is bedacht en vormgegeven. De betekenis van deze woorden wordt in eerste instantie gevormd door het menselijk denken, met al zijn/haar persoonlijke bagage tegen de achtergrond van een tijdgebonden maatschappelijk klimaat. Daarna wordt die betekenis door middel van het discours weer vervormd. We zullen deze woorden in eerste instantie groeperen en daarna hun verhaal van vandaag naar vroeger trekken met een aantal architecten, theoretici, gebouwen en stedenbouwkundige ensembles als voorbeeld.

 

Programma: Architectuurgeschiedenis

Lente 2008

Docent: Jacob Voorthuis

 

email: j.c.t.voorthuis@bwk.tue.nl

site: www.voorthuis.net

Studiepunten *

Tijd: donderdag avond 19.00 – 20.45

Inleverdatum PVA: 24.04.2008

Inleverdatum Werkstuk: 12.06.2008

 

Onderwijs doel

Aan het eind van deze reeks colleges zijn studenten in staat hun eigen praktijk in een breed referentiekader te plaatsen en daarmee de odyssee van het eigen ontwerpproceszorgvuldig te beleven.

 

Leerdoelen

Aan het eind van de reeks is de student in staat:

 

Programma

 

#

Datum

Titel/Thema

1

10.04

Architectuur, Geschiedenis en Gebruik: een theorie

2

17.04

Compositie & Ritme: de beschrijving van de geest

3

24.04

Het absurde en het schone: het wederkerig theater

 

Meivakantie

4

08.05

Het dispositif: de manipulatie van lichaam en geest

5

15.05

Stijl en tektoniek: Representatie, Betekenis, Identiteit

6

22.05

Gelaagdheid en ruimtelijkheid: relatie, schaal & dimensie

12

05.06

Leegheid & Volheid: het spanningsveld van tegenstellingen

 

12.06 afronding: Inleveren Werkstuk

 

De Opdracht: Een geïllustreerd Manifest


De bedoeling van de opdracht is om de sprong te maken van theorie naar de praktijk van het ontwerpproces met gebruik van een ruim en genereus historisch besef. Dat wil zeggen dat je de kennis en vaardigheden die je aan de academie opdoet richting probeert te geven door bewust om te gaan met je houding ten opzichte van je eigen plaats in de wereld.

 

De spelregels bij het schrijven van het manifest zijn als volgt:

 

  1. een begrip in de architectuur wordt uitgediept.
  2. Hopelijk zet dit proces van uitdieping je aan om eens kritisch naar je eigen ruimtelijke ontwerpstrategie te kijken en deze te veranderen of aan te scherpen. Het manifest brengt dat proces in beeld.
  3. Je begint met het kiezen van een onderwerp (een woord, een begrip) Op basis van literatuuronderzoek (boeken, artikelen, internet etc.) bouw je voor jezelf een breed referentiekader op. Uit dat leeswerk ontstaat een collectie citaten en beelden die door jou becommentarieerd kunnen worden in je manifest.
  4. De citaten, beelden en commentaren leiden samen tot een synthese, een verhaal waarin jouw houding ten aanzien van je thema duidelijk wordt. Dat wordt het manifest, een essay van 1500 woorden waarin een eigen standpunt wordt ingenomen met bewust gebruik van voorbeelden uit de omgeving.
  5. Dit wordt in een boekje op A5 formaat gepresenteerd

 

Het cijfer

 

Ik beoordeel jullie werk op een aantal criteria, te weten:

 

Inlever rooster

 

·         Op 24.04.2008 moet er een voorlopig plan van aanpak worden ingeleverd. ½ a-4tje met je onderwerp en de manier waarop je het denkt te zullen benaderen

·         De uiteindelijke inleverdatum voor het manifest 12.06.2008

 

 

Te laat ingeleverde werkstukken worden gezien als herkansingen, gaan onder aan de stapel en krijgen geen prioriteit in het nakijken. Bovendien worden ze niet voorzien van feedback waardoor het moeilijk zal zijn na te gaan wat er fout ging.

 

Uiteraard ben ik altijd te bereiken op mijn email adres j.c.t.voorthuis@bwk.tue.nl